juli 2nd, 2010
De uitgefikte ‘Hindenburg’ luidde in 1937 het einde in van het tijdperk van de luchtschepen. Een tijdperk dat eigenlijk nooit het gloriestadium had bereikt. De belofte was mooi. Sneller dan met een passagiersschip in weelderige luxe loom over de aardkloot zweven. Want de luxe die je aan boord van passagiersschepen had, was driedubbeldwars aan boord van de zeppelins te vinden. Met een vonkje in de met waterstof gevulde gigant klapte in Newark deze droom uiteen. Daarom moeten we tegenwoordig dicht opengepakt in overvolle vliegtuigen zonder veel comfort onze exotische bestemming zien te bereiken.

Sinds een aantal jaren is er weer wat leven in de Zeppelinbrouwerij. Na een roemloze carriere als überballon om vijandelijke vliegtuigen uit het luchtruim te weren, is het luchtschip langzaam maar zeker bezig met een comeback. Een zeppelin kan namelijk prima dienst doen als alternatief voor helicopters en vliegtuigjes om bijvoorbeeld wegen, gebieden en evenementen langdurig in de gaten te houden.
En een zeppelin is een perfecte manier om spectaculaire rondvluchtjes te maken! Dat hebben mijn vader en ik afgelopen maandag beleefd. Als cadeau voor zijn 80e verjaardag hebben we vanaf Rotterdam / The Hague airport een mooie luchtvaart over de binnenstad van Rotterdam beleefd.
Vanaf de grond ziet een tocht met zo’n gigant er wel vervaarlijk uit. Met name de landing staat garant voor capriolen die je doen afvragen of het allemaal wel goedkomt. Eenmaal aan boord merk je daar niets van. Zoals het een goedmoedige lobbes betaamt cruise je heerlijk door het luchtruim. Geen abrupte bewegingen, maar op z’n sterkst wat gewaggel in de lucht. Eigenlijk net als met een gewoon schip.

Het lijkt me heerlijk als er weer luchtschepen komen waarmee je snel, stil en comfortabel naar bestemmingen in heel Europa kunt reizen vanaf veldjes in vele steden, zonder langdurig oponthoud op vliegvelden. Maar tot de exclusieve club van luchtschipreizigers te behoren… dat heeft ook wel wat! Aerwin, Goodyear en Deutsche Zeppelin Reederei GmbH: hartelijk bedankt voor deze onvergetelijke ervaring!
juni 23rd, 2010
What goes up must come down. Sometimes this is a more violent process than normal, for instance during times of war. With this cache, you will visit some places that witnessed plane crashes during the second world war. This cache trip is suitable to undertake by bicycle or car (appr. 7 kilometers). Please observe that this cache is not a roundtrip, you will not end up near the start coordinate.
Near the former airforce base (‘Fliegerhorst’) Soesterberg several German and Allied planes crashed during the second world war. ‘Junkers 88′ shows you several locations where planes came down. At the start location you will find a small monument that commemorates the crash of a B17 flighing fortress on october 20th 1943. Here you can collect the information that leads you to the following waypoint.
Waypoint 1 = N 52°06.349 – E005°11.191
How many citizens died during this crash? The dutch word for civilian is ‘burger’. This number = A
Waypoint 2: N 52°07.(825/A) – E005°11.(795+(10*A))
Waypoint 2 is not the crash site of an airplane, but it is a historic landmark from the second world war. Please note that on your left hand side behind the building the German SS operated a ‘Schwere Funkstelle’ (high yield radio transmission station). The bunker where this tok place can still be seen. Now the question for this waypoint. How many people are commemorated here? This number = B
Waypoint 3: N 52°07.(60*B) – E005°11.(320*A+10)
On many plane crash sites, nothing remains that points at the events that took place so mny years ago. This is also the case at waypoint 3. In the night from march 23 to march 24 ‘Oom Jo’ (uncle Jo), a flamboyant family member, returned home from his evening shift at Bilthoven railway station, where he held a position as station master. Unfortunate for him, his coming home coincided with the crash of a Junkers 88 German fighter plane. Oom Jo got wounded on this occasion, although not too bad. It will be obvious to you by now how this cache got its name. At the junction of roads where you are now, the Junkers 88 crashed. Look for a silent witness to this event when you observe the houses in the street. You will notice that some houses are newer than the ones you will normally find in this neighbourhood. Find a lantern post here and note the number that you will find on a small sign attached to it. This number=C
From here you will undertake your last, somewhat longer leg towards the end location of the cache. At the cache location yet another plane crashed, also a Junkers 88.
The date is march 21st 1944 and the Junkers that was heading for Soesterberg never made it to the airforce base. The crash site lies on private property, so we hid the cache a little to the south. Use the numbers that you found to calculate the cache location by using the following formula: N 52°09.((C-1495)/500) – E005°13.((A*B*10)+20)
Many thanks for creating this cache description goes to Drs. J.C. Brugman that inspired us with his book ‘Occupied and resistance, De Bilt and Bilthoven in times of war’ and to my uncle, Gerard Achterberg, for providing excellent inside information about our family history and the several crash sites.
Team member Aart-Jan
juni 9th, 2010
Als je een beetje bekend bent met Internetmarketing, dan weet je wat de term ‘long tail’ betekent. De long tail is het tegengestelde van de 20/80 regel: de 20% hardlopers in je (winkel)assortiment zijn verantwoordelijk voor 80% van de omzet. Als je slim weet om te gaan met het longtail-principe kun je van door velen als onaantrekkelijk beschouwde niche-markten goed profiteren.
Zelf aan de long tail
Tot zover de theorie. Sinds enige tijd ben ikzelf erg gefascineerd door een product uit de long tail range. Het gaat om nat scheren. De meeste mannen die nat scheren gebruiken daarvoor de bekende producten van grote fabrikanten met 3-5 scheermesjes en een zogenaamde lubricatiestrip. Trek je portemonnee maar open. Deze moderne scheerproducten zijn schreeuwend duur. Maar het kan ook anders, zo heb ik gemerkt. Ik ben teruggekeerd in de tijd en scheer mij tegenwoordig met een zogenaamde safety razor. In goed Nederlands noemen wij dat wel een krabbertje.
Oud principe nog springlevend
Het principe is heel eenvoudig en stamt uit het begin van de 20e eeuw. Je hebt een mooi retro uitziend scheerapparaat, en daar een schroef je een los scheermesje op. Dit is de manier waarop onze opa’s voor een deel onze vaders decennialang zich een glad gezicht hebben geschoren. En raad eens wat: deze manier van scheren mag zich verheugen in een belangrijke revival. Er zijn verschillende communities op Internet waar mannen uitgebreid ervaringen uitwisselen over de beste manier van inzepen, over oude en nieuwe krabbertjes en welke scheermesjes het beste zijn.
De man verwent zichzelf
Scheren is een leuke hobby heb ik gemerkt. Je bent echt weer op een ouderwetse manier bezig om je gezicht klaar te maken voor de scheerbeurt. Dat is een heel ritueel. Gezicht lekker natmaken met een kokend heet washandje, baardhaar masseren, met de kwast een rijke laag scheerzeep uit het kommetje nemen, en maar lekker kwasten op je gezicht tot je een lekkere dikke crème-achtige laag scheerzeep op je gezicht hebt aangebracht.
Uitdaging
Het scheren met een zogenaamde safety razor geeft een super glad resultaat. Maar de tolerantie van deze vlijmscherpe mesjes is minimaal. Je moet dus met aandacht en heel veel zorg te werk gaan, anders dan eindigt je scheerbeurt in een bloedbad. Ik krijg van deze manier van scheren een heel onthaast gevoel. En ga blijer de dag in.
Goedkope en milieuvriendelijke hobby
Een bijkomend voordeel van deze manier van scheren, is dat het een bijzonder goedkope hobby is. Een pakje van 10 scheermesjes kost niet meer dan een à twee euro. En het leuke aan scheermesjes is, dat er allerlei varianten van bestaan uit alle windstreken. Scheermesjes uit Rusland, Egypte, India, je kunt het zo raar niet bedenken. Allemaal hebben ze zo hun eigen scheerkarakteristieken. Als echte man kun je dus naar hartenlust experimenteren. Omdat de scheermesjes over het algemeen in papieren doosjes zitten en per stuk verpakt zijn in een papieren wikkeltje, is ook het milieu blij. Vergelijk dat maar eens met al die blisterverpakkingen voor het ‘moderne’ scheergenot.

Scheermesjes uit alle windstreken, van Rusland tot Egypte, Israël en India
Long tail concreet
En zo wordt het verhaal van de long tail voor mij van heel theoretisch ineens heel concreet. Het is een wereld van enthousiast bezochte Internetfora, kleine internetwinkeltjes, en uiteindelijk een heel stoer en mannelijkgevoel. Ik vind dit verschijnsel zo leuk, dat ik er de komende tijd op mijn blog verslag van zal doen. Als je interesse hebt in deze retro manier van scheren, neem dan even contact met mij op bijvoorbeeld door te reageren op dit blog bericht.
Aan de slag
Morgen pak ik een scheermesje van het Egyptische merk Shark en plaats dat in mijn Indiaase krabbeltje van het type ‘Parker 98R’. Gisteren ontvangen van een kleine internetwinkel in het zuiden van het land. Ik ben benieuwd of ik met een glad bekkie het pand verlaat, of een heel spoor van bloed achter mij laat. Wordt vervolgd.
mei 19th, 2010
Welke man heeft er niet van gedroomd? Een wulpse, langbenige secretaresse die het werk een stuk veraangenaamt. Voor mij is die droom een beetje realiteit geworden. Ik heb namelijk een heuse secretaresse schuilen in mijn computer. Zij doet braaf alles wat ik zeg. Het wulpse en langbenige moet ik er zelf bijdenken. En ook mijn eigen kopje koffie moet ik zetten. Maar verder ben ik erg tevreden over de secretaresse die spraakherkenning heet.
Ps: voordat ik nu heel vrouwelijk Nederland over mij heen krijg, mijn blogs moet je natuurlijk altijd met een knipoog lezen.
mei 13th, 2010
Het is een echt wonder van de techniek, want met behulp van mijn stem type ik nu sneller dan ooit. Wat is er aan de hand? Heb ik een secretaresse in dienst genomen? Nee, ik maak gebruik van spraakherkenningssoftware. Het is nog wel even wennen om tegen een computer te praten. En hij luistert slechter dan de domste muts. Maar het belangrijkste is, dat ik weer kan bloggen.
Nu kan ik eens goed na gaan denken over hetgeen ik te melden heb. Zo moet ik voor mijn werkgever Romae nog een aantal verslagen maken over de bedrijfsbezoeken die ik heb afgelegd in Japan. Maar met de elektrische Truus om mijn woorden en zinnen op Internet om te zetten heb ik er vertrouwen in dat dat wel gaat lukken.
april 25th, 2010
Ik heb een grapje: gebeurt er hier ook maar iets ‘out of the ordinary’, dan komt er een mannetje of vrouwtje aangerend om het te fixen. “De Hoofdjapanner komt eraan!”, roep ik dan. Maar eigenlijk is de naam van deze blog misleidend. Die gaat namelijk over de vele mannen en vrouwen hier die geen Hoofdjapanner zijn.
Wat is de overeenkomst tussen het voormalige Oostblok en Japan? “Een vreemde”, zul je denken. Inderdaad. Laten economie nummer 2 in de wereld en het socialistische Walhalla zich met elkaar vergelijken? Nee natuurlijk. Op één aspect na. Voor alles is hier in Japan namelijk een functie. Het meest trieste geval zag ik vandaag. Een wat oudere man wiens broodwinning eruit bestaat de godganse dag een bord vast te houden dat aanduidt dat je rechtsaf moet voor de parkeerplaats. Service staat hier op nummer 1, meneertje! Zo ging dat ook in het Oostblok. Voor elk kutbaantje werd een functie bedacht. Maar in Oostblokland was het iedereen een biet of je je functie goed uitoefende. Hier in Japan zijn alle baantjes erebaantjes! Zo kwam ik de afgelopen dagen tegen:
- De-krijg-geen-brokstuk-op-je-hoofd-ik-leid-je-veilig-langs-de-bouwplaats-aanwijs-Japanner
- De-ik-prijs-iets-onbegrijpelijks-aan-in-het-Japans-vanaf-een-verhoging-en-het-zeikt-van-de-regen-Japanse
- Ik-houd-een-in/uitgangspoort-van-de-metro-in-de-gaten-maar-niemand-weet-waarom-Japanner
- Als-je-bij-de-ingang-van-een-winkel-bent-word-je-toch-graag-begroet-Japanner
- Ik-druk-mensen-de-lift-in-en-druk-op-de-knop-van-de-45e-verdieping-Japanner
- Ik-druk-mensen-de-lift-in-en-druk-op-de-knop-van-de-2e-verdieping-waarbij-ik-benadruk-dat-mensen-niet-op-de-eerste-verdieping-moeten-uitstappen-Japanner
- Het-lijkt-of-ik-zomaar-een-beetje-voor-me-uitkijk-maar-ik-heb-toch-een-functie-Japanner.
Kampai!
Welterusten… Aart-Jan
april 23rd, 2010
Terwijl buiten het landschap voorbijspat met een slordige 300 kilometer per uur denk ik loom terug aan alle ergernissen als Nederlandse forens. Wat zou het heerlijk zijn als Japan Rail de NS overnam en het rigide en überefficiënte vervoersysteem uit het land van de rijzende zon in Nederland zou introduceren.
Eén ritje met de Shinkansen is natuurlijk niet maatgevend voor een dagelijkse impressie als forens in Japan, maar wat we tot nu toe hebben meegekregen van de mores op dit gebied is zeer positief. Aankomst en vertrek van álle treinen, trams en metro’s die we hebben meegemaakt was tot op de minuut nauwkeurig. Op tijd rijden is een erezaak hier!
Nu moet ik er ook bi jzeggen dat Nederlanders vergeleken met Japanse reizigers een zooitje ongeregelde OV-barbaren zijn. Netjes opstellen in rijen hier, niet voor de gele streep gaan staan. Het treinpersoneel leidt het vervoer met een vriendelijke lach en een nette buiging, maar intussen met militaire precisie.
Oei, ff afgeleid. Mount Fuji onthult zich links van ons in al haar pracht! We hebben geluk: het is helder weer en de berg met de mooie besneeuwde top is goed te zien. Maar zoals dat gaat met de hogesnelheidstrein zijn we er 30 seconden later alweer voorbij.
Uiteraard is de vraag of Nederlanders zich met een makke schapenmentaliteit door het OV laten sturen. Geeneens een vraag natuurlijk: dat lukt niet. Ieder land krijgt het OV wat het verdient, nietwaar? Dus ik geniet nog maar even van de Japanese way of travelling: de kans is immers groot dat ik over 2 weken weer sta te chagrijnen bij het vertragingsbericht voor de klerkenexpress naar Den Haag.
april 11th, 2010
Terwijl in Nederland de nacht onderweg is, hebben wij de bus al gepakt op weg naar Beppu. Het is moeilijk voor te stellen dat we alweer een week op pad zijn, de tijd gaat snel.
Japan blijft verwonderen, dat was al vanaf dag 1. De naar Nederlandse begrippen ongekende hoffelijkheid (zijn Japanners ooit chagrijnig?), verbaasd om je heen kijken als in de periode voor de kleuterschool omdat je geen syllabe begrijpt van alle reclame- en andere borden.
Wat is me nu van deze week het beste bijgebleven? Eigenlijk vind ik ‘t het leukst om om een bankje of terrasje te gaan zitten om te kijken hoe de Japanners hun ding doen. Wat ik zodoende allemaal zag:
- Een Japanse meneer die een kat uitliet alsof het een hond was
- Over honden gesproken: het is de mode om de blaffertjes hier in de prachtigste dekjes te steken. Maar Fido met een roze Hello Kitty dekje aan, dat kan écht niet
- Hoewel de Japanse vrouwen me wel bevallen, verbaas ik me over de onelegantheid van hun schoeisel. Brekebenend banen de knapste meisjes zich een weg door het leven gestoken in veel te ruime schoenen
- Pachenko spelen. Dat Japanners graag een gokje wagen wisten we natuurlijk al. Maar Pachenko is echt heel vreemd. Het spel wordt gespeeld in immense gokhallen, waar onbegrijpelijke dingen gebeuren met duizenden metalen balletjes. De gemoederen worden opgehitst met oorverdovende muziek, gebliep en gepingel. Ik maak er nog wel een filmpje van.
- De toiletten. Zo hightech heb ik ze nog nooit meegemaakt. Ze lijken nog het meeste op de commandostoel van Kapitein Picard op de Enterprise (Startrek). Met ingebouwde douche en droger zorgen ze ervoor dat je brandschoon het toilet weer verlaat. Van achteren dan zeg maar. Oh ja, je kunt ze ook nog gewoon doortrekken
Zo, nu maar weer eens gaan genieten van de culinaire geneugten die Japan te bieden heeft!
april 8th, 2010
De setting: een klaslokaal. De plek: het Nagasaki Atoombommuseum. Een fragiele, vermoeid ogende bejaarde man zit voorin het klaslokaal achter het tafeltje. Het is meneer Yoshiro Yamawaki. Hij was 12 toen op 11 augustus 1945 boven Nagasaki de atoombom ontplofte. In hakkelend Engels vertelt meneer Yamawaki zijn verhaal. Over een mooie zomerdag in de vakantie. Over zijn vader die zoals elke ochtend vertrokken was naar het centrum van Nagasaki waar de fabriek gevestigd was waar hij werkte. Over het feit dat zijn broer en hij toevallig net naar de achterkant van hun huis waren gegaan toen een felle lichtflits ineens de omgeving veranderde in de hel op Aarde. Die achterkant van het huis was hun redding; de schokgolf en de hitte raakten hen niet.
Tevergeefs wachtten de jonge Yoshiro en zijn broer tot hun vader zou terugkeren van de fabriek. Toen deze de volgende ochtend nog geen teken van leven had gegeven gingen de twee op pad voor een van de moeilijkste tochten van hun leven.
Meneer Yamawaki vertelt met broze stem over de verschrikkingen die zijn broer en hij tegenkwamen op weg naar het centrum van de stad. Openhartig en tegelijkertijd afschrikwekkend is hij over het moment dat ze het stoffelijk overschot van hun vader vinden vlakbij de fabriek. De verlammende schrik als uit de mond van hun vader lintwormen als gevolg van het inferno hun weg naar buiten zoeken. De vruchteloze poging om op de plek des onheils hun vader te cremeren.
Het vredespark in Nagasaki met de monolieth die het ‘ground zero’ weergeeft van de plek waar fat boy ontplofte, geeft een vredige en met het mooie weer en kersenbloesem zelfs vrolijke indruk. Toeristen staan er keuvelend stil bij de verschrikkingen die er kennelijk, maar voor het oog onzichtbaar hebben plaatsgevonden.
Het verschrikkelijke verhaal van meneer Yamawaki is een indringend ooggetuigenverslag dat de hele gebeurtenis van lang geleden in een klap verandert van een paragraaf uit de geschiedenisboeken tot een levendig tableau vivant dat gisteren had kunnen plaatsvinden. Met een brok in mijn keel en een traan in mijn ooghoek buig ik diep voor meneer Yamawaki waarna ik muisjestil het klaslokaal verlaat. Buiten waaien de lentepluisjes loom door de lucht. Langzaam maar zeker keer ik terug in de wereld van vandaag.
april 4th, 2010
Op de Duitse zender is een briljant programma als je niet slapen kunt: ‘Die schönsten Bahnstrecken Deutschslands’. En als je geluk hebt zelfs ‘Die schönsten Bahnstrecken der Welt’. Wat gebeurt er in een dergelijk televisieprogramma? Eigenlijk niets. En dat maakt het zo geschikt voor een slaaparme nacht.
Je zet een camera in de cabine van de machinist, zet ‘m aan en draaien maar. Je kijkt naar het hypnotiserende schouwspel van een voorbijzoevend landschap, met onderaan het scherm de eindeloze rails. Zo ben ik wel een aantal keren wakker geschrokken op de bank.
Op dit moment trekt het landschap van Siberië aan me voorbij op mijn personal entertainment system. Want ook op dit moment kan ik de slaap niet vatten. Met een soort tentstokken sloten de stewardessen de schuifjes voor de ramen, omdat het buiten al licht is, maar de Nederlandse en de bioklok nog echt nacht aangeven. Ik heb geprobeerd een film te kijken, een interessante maar toch langzame BBC-radiodocumentaire te luisteren over de millenniumbug en heb er nog een wijntje bij gepakt. Maar deze ‘long haul flights’ landen niet goed bij mij: ik staar gewoon nog voor me uit, terwijl de Japanners om mij heen met hun pantoffeltjes aan en oogmaskers voor toch echt de indruk wekken een slapie te doen.
Maar ach… ‘Die schönsten Flugstrecken der Welt’ fascineert wel. Ik ga er nog wat aandachtiger naar turen en hoop straks wakker te schrikken als de captain aankondigt dat we de landing hebben ingezet naar Narita International Airport…